Beleggingsinstanties brengen kosten in rekening voor hun diensten, ook wel beleggingskosten genoemd. Dit gaat dan ten kosten van het rendement van de belegger. Dit kan op de langere termijn oplopen tot wel 50% van de gemaakte winst. Dat stellen economen Marius Kerdel en Jolmer Schukken (waren werkzaam bij de Rabobank en Fortis) in “De Beleggingsillusie”, hun onlangs gepresenteerde boek over beleggen.

Wanneer men via een private bank belegd, is hij over het algemeen rond de 2,2% van het belegde vermogen kwijt aan bijkomende kosten. Deze kosten bevatten onder meer beheerkosten en transactiekosten. “Dit lijkt op het eerste gezicht niet zoveel, maar op de lange termijn wordt meer dan de helft van de winst aan de beleggingsinstanties afgedragen”, aldus de schrijvers.

Het AFM

Het AFM stelde laatst dat het veel logischer zou zijn wanneer vermogensbeheerder een uurtarief zal gaan hanteren. Het momenteel namelijk zo dat beleggers nog een percentage van hun vermogen betalen. Bij een dergelijk tarief zal de transparantie van de kosten stijgen en is het gemakkelijker voor beleggers om de verschillende vermogensbeheerders te vergelijken.

Het AFM zegt hierbij dat het kijken naar de kosten per uur één van die opties is. Er kan natuurlijk ook worden gekozen voor een vast tarief (zoals Knab).

De vermogensbeheerders reageerde hier kritisch op. “Hoe meer geld er wordt beheerd, hoe meer verantwoordelijkheid erbij komt kijken”, aldus een woordvoerder.

De kosten drukken

Om de kosten laag te houden zullen beleggers erg kritisch moeten zijn in de keuze bij welke instantie ze beleggen. Daarnaast is het aan te raden om zo min mogelijk transacties uit te voeren, om zo de transactiekosten naar een minimum te drijven. De belegginsindustrie doet er van alles aan om de beleggers te laten geloven dat het alleen mogelijk is om hoge rendementen te behalen wanneer er actief wordt belegd wordt. De kosten voor de belegger zijn immers de inkomsten voor de beleggingsindustrie. Uit verschillende data is juist het tegenovergestelde gebleken: hoe meer er wordt gehandeld, hoe lager het te verwachte rendement.

Spreiding

De beste manier om dergelijke risico’s te voorkomen is toch om uw beleggingen te spreiden, aldus de twee schrijvers. Dit is echter lastiger wanneer u een beperkt vermogen beschikbaar heeft. Hiervoor raden de schrijvers het deelnemen aan fondsen aan. Ook hierbij zult u weer moeten vaker voor lage kosten. Als voorbeeld kunt u denken aan fondsen die een brede index volgen.

De twee onderzoekers Arvid Hoffmann en Thomas Post van de Universiteit Maastricht kwamen hierbij tot de volgende conclusie: “Wanneer particulieren zelf actief beleggen, halen zij vaak een slecht rendement. Dit is te wijten aan de hoge kosten die aan het beleggen zijn verbonden. Daarnaast kunt u als particulier ook niet goed aan risicospreiding doen. Slechte rendementen worden toegeschreven aan externe factoren en bij goede rendementen kijken ze naar hun eigen capaciteiten. Hierdoor worden slechte rendementen niet gauw onder de loep genomen.”

Hoffmann en Post stelde dat tenzij beleggers bereid dienen te zijn om beleggen als een hobby te ervaren die geld mag kosten, zij beter indexfondsen kunnen kopen. De conclusies die zij trokken waren op basis van onderzoek naar het gedrag en beleggingsresultaten van de Nederlandse particuliere beleggers.

Het idee achter het boek

Schrijver Kerdel hoopt met het boek de ogen van beleggers te kunnen open en te zorgen dat zij het heft in eigen handen nemen.